Oranje boven op Ambon?

Telkens wanneer Nederland een EK of WK speelt, duiken dezelfde beelden op. Op Ambon kleuren sommige wijken oranje. Nederlandse vlaggen verschijnen aan huizen. Jongeren lopen rond in shirts van het Nederlands elftal. Op sociale media worden Nederlandse overwinningen uitbundig gevierd.

En steevast zijn er in Nederland politici en opiniemakers die daaruit dezelfde conclusie trekken: kijk eens, daar zijn mensen die nog altijd trots zijn op Nederland.

Maar zo eenvoudig ligt het niet.

Sterker nog: wie deze verschijnselen uitsluitend verklaart uit liefde voor Nederland, begrijpt weinig van de geschiedenis van kolonialisme en de manier waarop macht generaties lang kan doorwerken in het denken van mensen.

Opvallend genoeg zien we deze uitingen vooral terug in christelijke delen van de Molukken en Papua. Onder moslimgemeenschappen zijn Nederlandse vlaggen en oranje-uitingen veel minder zichtbaar. Dat verschil is geen toeval.

Gedurende eeuwen voerde Nederland in de Molukken en Papua niet alleen een politiek van bestuur en economische exploitatie. Het koloniale gezag investeerde bewust in kerk, onderwijs en militaire dienst. Vooral christelijke gemeenschappen werden nauw verbonden met de koloniale staat. Via de school leerden kinderen de Nederlandse geschiedenis. Via de kerk werden Nederlandse normen en waarden overgedragen. Via het KNIL werden duizenden Molukkers ingezet voor de verdediging van de koloniale orde.

Zo ontstond een bijzondere relatie tussen delen van de christelijke bevolking en Nederland.

Maar juist daarin schuilt een pijnlijke paradox.

Want dezelfde koloniale macht die sprak over trouw en loyaliteit, behandelde de inwoners van de kolonie nooit als gelijken. De hoogste bestuursfuncties bleven voorbehouden aan Europeanen. Politieke inspraak was minimaal. De rijkdom van de archipel kwam vooral ten goede aan Nederland. En toen Indonesië onafhankelijk werd, bleek de geprezen loyaliteit van Molukse militairen uiteindelijk weinig waard. Zij werden naar Nederland overgebracht, ontslagen en jarenlang ondergebracht in woonoorden.

Toch bleven de symbolen bestaan.

Waarom?

De Frans-Martinikaanse psychiater en antikoloniale denker Frantz Fanon gaf daar ruim zeventig jaar geleden al een antwoord op in zijn beroemde boek Black Skin, White Masks. Fanon beschreef hoe kolonialisme niet alleen land bezet, maar ook het bewustzijn van mensen vormt. De gekoloniseerde leert zichzelf bekijken door de ogen van de kolonisator. De taal van de kolonisator wordt de taal van vooruitgang. Zijn cultuur wordt de maatstaf voor beschaving. Zijn geschiedenis wordt de geschiedenis die ertoe doet.

Dat proces gebeurt niet bewust. Het wordt generaties lang aangeleerd via schoolboeken, kerken, media en maatschappelijke instituties.

Fanon noemde dit geen liefde voor de kolonisator. Het was volgens hem een gevolg van een systeem waarin de gekoloniseerde leert zichzelf te waarderen via de erkenning van de machthebber.

Misschien verklaart dat waarom sommige mensen op Ambon vandaag de dag meer enthousiasme tonen voor Nederland dan veel Nederlanders zelf.

Niet omdat zij het kolonialisme hebben bestudeerd en vervolgens tot de conclusie zijn gekomen dat Nederland zo geweldig was. Maar omdat eeuwen van koloniale beïnvloeding diepe sporen hebben achtergelaten in het collectieve geheugen.

Dat betekent niet dat iedereen die een Nederlands shirt draagt slachtoffer is van een psychologisch syndroom. Mensen mogen zich verbonden voelen met meerdere identiteiten. Geschiedenis is nooit zwart-wit.

Maar het wordt problematisch wanneer die verbondenheid omslaat in een kritiekloze verering van Nederland en het koloniale verleden. Wanneer de Nederlandse vlag uitsluitend wordt gezien als symbool van beschaving, terwijl de onderdrukking die ermee gepaard ging wordt vergeten. Wanneer loyaliteit wordt gevierd, maar niet wordt gevraagd waarom die loyaliteit ooit nodig was.

Juist daarom is het opmerkelijk dat sommige politici in Nederland deze beelden gebruiken als bewijs van Nederlandse grootheid. Het tegenovergestelde is eerder waar.

De Nederlandse vlaggen op Ambon vertellen niet in de eerste plaats iets over Nederland. Zij vertellen iets over de langdurige gevolgen van kolonialisme.

Want de diepste overwinning van een koloniaal systeem is niet dat het een land bezet.

De diepste overwinning is dat mensen generaties later nog steeds met bewondering kijken naar degene die hen ooit overheersde.

En precies daarom blijft Frantz Fanon ook vandaag nog zo relevant.

De bevrijding van een volk begint niet alleen met politieke onafhankelijkheid.

Zij begint ook met de bevrijding van het bewustzijn.