Een Moluks Monument verdient de hele Molukken

Komende zondag wordt aan de Lloydkade in Rotterdam het Moluks Monument onthuld. Dat is een bijzonder moment. Op deze plek kwamen in 1951 de eerste schepen met Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen aan. Voor duizenden Molukkers begon hier een nieuw hoofdstuk: een geschiedenis van hoop, onzekerheid, aanpassing, teleurstelling, veerkracht en uiteindelijk worteling in Nederland.

Vijfenzeventig jaar later is het vanzelfsprekend dat daarbij wordt stilgestaan. Een monument is immers meer dan steen of staal. Het is een uitdrukking van collectieve herinnering. Het vertelt wie wij zijn, wat wij belangrijk vinden en welke geschiedenis wij willen doorgeven aan volgende generaties.

Juist daarom is het belangrijk om stil te staan bij de vraag welk verhaal dit monument vertelt en namens wie het spreekt.

De geschiedenis van Molukkers in Nederland is namelijk niet de geschiedenis van één eiland, één cultuur, één religie of één politieke overtuiging. De Molukken vormen geen etnische, taalkundige of culturele eenheid. Het begrip Molukken verwijst in de eerste plaats naar een geografische archipel die wordt gekenmerkt door een enorme verscheidenheid aan talen, culturen, religies en adatgemeenschappen.

De cultuur van Kei verschilt van die van Ambon. Aru kent andere tradities dan Tanimbar. De bewoners van Leti, Kisar, Babar en Teun, Nila en Serua hebben hun eigen geschiedenis, talen en culturele gebruiken. Ook Noord-Molukken kent een eigen historische ontwikkeling die niet vanzelfsprekend samenvalt met die van de Midden-Molukken.

Wie spreekt over de Molukken, spreekt daarom niet over één volk, maar over een rijke verzameling van gemeenschappen die samen een archipel vormen.

Toch werd het maatschappelijke en politieke leven van Molukkers in Nederland lange tijd sterk gedomineerd door mensen afkomstig uit de Midden-Molukken, met name Ambon, de Lease-eilanden en delen van Seram. Dat is historisch verklaarbaar. Juist deze gebieden kregen tijdens de koloniale periode een bevoorrechte positie binnen het Nederlandse bestuur. Via onderwijs, kerkelijke instellingen en het KNIL ontstond een relatief invloedrijke elite uit deze regio’s.

Zelfs binnen de koloniale bestuursstructuren waren die verschillen zichtbaar. De politieke vertegenwoordiging van de Midden-Molukken was sterker georganiseerd dan die van veel andere delen van de archipel. Terwijl sommige gebieden vertegenwoordigers konden kiezen, werden andere gebieden vooral indirect vertegenwoordigd via traditionele gezagsdragers.

Die koloniale erfenis heeft ook invloed gehad op de manier waarop de Molukse gemeenschap zich in Nederland organiseerde. De politieke en culturele agenda werd vaak bepaald door groepen afkomstig uit dezelfde regio’s. Daarbij speelde de RMS voor velen een belangrijke rol in de identiteitsvorming.

Dat heeft veel betekend voor de Molukse gemeenschap, maar het heeft ook schaduwkanten gehad. In de eerste decennia na aankomst ontstonden regelmatig spanningen tussen verschillende groepen Molukkers. In sommige woonoorden en wijken stonden mensen lijnrecht tegenover elkaar. Politieke overtuigingen, regionale achtergronden en religieuze verschillen konden leiden tot conflicten die soms hoog opliepen.

Ook dat is onderdeel van onze geschiedenis.

Juist daarom zou een monument op de Lloydkade boven die historische scheidslijnen moeten uitstijgen.

Het zou geen symbool moeten zijn van een politieke voorkeur. Niet van de RMS, maar ook niet van welke andere politieke stroming dan ook.

Het zou geen symbool moeten zijn van een religieuze voorkeur. Niet van christenen boven moslims of andersom.

En het zou evenmin een symbool moeten zijn van een culturele voorkeur waarin één regio, één taal of één adatgemeenschap vanzelfsprekend centraal staat.

Een monument op de plek waar de Molukse geschiedenis in Nederland begon, behoort toe aan alle Molukkers.

Tegen die achtergrond is het opvallend dat de initiatiefnemers en de symboliek van het monument grotendeels lijken voort te komen uit de culturele traditie van de Midden-Molukken. Zelfs de naam van het monument, Ulu Kora, verwijst naar die culturele sfeer.

Daar is op zichzelf niets mis mee. Iedere gemeenschap heeft het recht haar eigen taal, symbolen en tradities te koesteren. Het probleem ontstaat pas wanneer dergelijke symbolen zonder bredere samenspraak worden gepresenteerd als vertegenwoordiging van alle Molukkers.

Want Ulu Kora is geen begrip uit het Keiees. Het komt niet uit een taal van Aru, Tanimbar, Babar, Leti, Kisar of Teun, Nila en Serua. Het is een begrip dat zijn oorsprong vindt in de Midden-Molukse cultuurwereld.

Dat maakt de vraag legitiem of het monument voldoende recht doet aan de diversiteit van de archipel waarvan het zegt een symbool te zijn.

Na vijfenzeventig jaar verblijf in Nederland zou je verwachten dat representatie geen discussie meer hoeft te zijn. Dat een nationaal Moluks monument vanzelfsprekend een herkenbare afspiegeling vormt van de verscheidenheid binnen de Molukse gemeenschap.

Maar blijkbaar zijn de historische verhoudingen nog steeds zichtbaar in de manier waarop wij onze collectieve geschiedenis vormgeven.

Dat is geen verwijt aan de initiatiefnemers. Zij hebben zich met overtuiging ingezet om een belangrijk monument mogelijk te maken. Daarvoor verdienen zij respect.

Maar juist omdat dit monument zo’n bijzondere betekenis heeft, mag ook de vraag worden gesteld of het werkelijk de hele gemeenschap weerspiegelt.

De Lloydkade is immers niet de aankomstplaats van Ambonezen alleen. Niet van christenen alleen. Niet van RMS-aanhangers alleen.

Het is de plek waar de geschiedenis van alle Molukkers in Nederland begon.

Daarom zou een monument op deze plek in de eerste plaats een monument van verbinding moeten zijn. Een monument waarin de verschillende talen, culturen, religies en regio’s van de Molukken zich herkennen. Een monument dat niet één verhaal centraal stelt, maar ruimte biedt aan de veelheid van verhalen die samen de Molukse geschiedenis vormen.

Want uiteindelijk is niet de vraag of het monument mooi is, indrukwekkend is of met de beste bedoelingen tot stand is gekomen.

De werkelijke vraag is veel eenvoudiger.

Kan iedere Molukker die bij de Lloydkade staat, ongeacht afkomst, eiland, taal, religie of politieke overtuiging, zeggen:

“Dit monument vertelt ook mijn verhaal.”

Pas dan is het werkelijk een monument voor de hele Molukse gemeenschap.