Nieuwjaars Column
Drenthe: overeind in windkracht acht
Dat Drenthe na anderhalf jaar rommelig bestuur nog overeind staat, is op zichzelf al een prestatie. Het is te vergelijken met een kaartenhuis dat weigert om te vallen bij windkracht acht. Je verwacht elk moment de instorting, maar wonder boven wonder staat het er nog. De vraag is alleen: wie houdt het vast?
Niet de bestuurders met hun ferme woorden en stoere persmomenten. De echte helden zitten op kamers met systeemplafonds, PC, Laptop en een koffieautomaat die meer onderhoud kent dan sommige dossiers. Ambtenaren. Zij proberen, vaak tegen beter weten in, samenhang, uitvoerbaarheid en rechtsstatelijkheid te destilleren uit beleid dat vooral wordt aangedreven door haast, symboliek en spierballentaal. Iemand moet tenslotte chocola maken van wat een bestuurder bedoelt — ook als het recept ontbreekt.
Dat dit geen eenvoudige taak is, blijkt wanneer een gedeputeerde en minister allergisch reageert op argumenten, kritische vragen verwart met sabotage en alternatieve feiten omarmt zodra de echte niet bevallen. Ambtelijke analyses zijn dan geen hulpmiddel, maar hinderlijke voetnoten. En als het juridisch niet haalbaar blijkt, heet het ineens dat “de rechter hem tegenhoudt”. Een knappe omkering van de werkelijkheid. De rechter is er niet om bestuurders te pesten, maar om burgers te beschermen tegen de machtige overheid — inclusief bestuurders die vinden dat hun goede bedoelingen boven de wet uitstijgen.
Van ambtenaren wordt verwacht dat zij politiek neutraal zijn en beleid loyaal uitvoeren, ook als ze privé liever iets anders zouden doen.
Tegelijkertijd zijn zij geen verlengstuk van politieke wil alleen. Ze zijn óók gebonden aan de rechtsstaat. Dat betekent: zorgvuldigheid, gelijkheid, uitvoerbaarheid en rechtsbescherming. En ja, soms ook tegenspraak. Het idee dat ambtenaren als knipmessen in de houding moeten schieten zodra een bestuurder “besluitvaardig” roept, is hardnekkig maar onjuist. Loyaliteit is iets anders dan gewetenloosheid. Een ambtenaar zonder geweten is geen loyale dienaar, maar een risicoanalyse in mensenvorm.
Die spanning neemt toe in een bestuurscultuur waarin snelheid en daadkracht hoger worden gewaardeerd dan degelijkheid en juridische houdbaarheid. Adviezen verdwijnen sneller in de la dan ze gelezen zijn.
Waarschuwingen worden weggezet als angst of gebrek aan lef. Wie blijft wijzen op grenzen van wet- en regelgeving krijgt het stempel ‘niet mee willen’. Alsof de wet een suggestie is. Alsof “even doorpakken” ook geldt voor verdragen, jurisprudentie en de Grondwet.
En precies daar raakt dit alles aan de BBB. BoerBurgerBeweging beloofde boeren de uitweg, maar leverde een doodlopende straat. Geen stikstofslot, geen onteigening, geen Brusselse dwang, geen groene druk. Alles zou anders worden. Alles zou wél kunnen. Met harde woorden, vuisten op tafel en een minister “van ons”.
En nu?
Niets.
Geen ruimte.
Geen doorbraak.
Geen resultaat.
Wat BBB verkocht was geen beleid, maar illusie. Alsof wetten onderhandelbaar zijn. Alsof rechters gevoelig zijn voor trekkers. Alsof Europa buigt voor volume. Dat is geen strijdlust, dat is misleiding. De botsing met de werkelijkheid was onvermijdelijk. Stikstof verdwijnt niet door het model aan te vallen. Natura 2000 verdampt niet door het woord “relativeren” te gebruiken. PAS-melders legaliseer je niet met een persbericht.
De rekening ligt waar hij altijd ligt: bij de boer. Investeringen stil. Vergunningen vast. Gezinnen in onzekerheid. BBB deed precies wat ze zei te bestrijden: ze verkocht valse hoop. En hoop zonder resultaat is geen perspectief — het is uitstel van schade.
Dit is geen complot van rechters.
Geen sabotage uit Brussel.
Dit is het moment waarop praatjes instorten zodra ze moeten landen.
Besturen is leveren.
BBB leverde niets.
Drenthe staat nog overeind. Niet dankzij de storm, maar ondanks. Dat is geen reden voor borstklopperij, maar voor een paraplu. En misschien ook voor een spiegel.


