80 jaar geleden begin van de illegale oorlog tegen Indonesie
80 jaar begin van de illegale oorlog tegen Indonesië
Tachtig jaar geleden stuurde Nederland opnieuw troepen naar Indonesië. In Den Haag sprak men over “politionele acties”, maar in werkelijkheid ging het om een koloniale oorlog tegen de jonge republiek die kort daarvoor was uitgeroepen door Sukarno en Mohammad Hatta. Voor Indonesiërs was het een strijd om de pas verworven vrijheid te verdedigen; voor Nederland een poging een koloniaal rijk dat al op instorten stond alsnog te redden. Meer dan 100.000 Indonesiërs zijn daarbij omgekomen, veel vrouwen en meisjes zijn daarbij verkracht, duizenden standrechtelijk geëxecuteerd.
Het centrum van deze historische confrontatie stond Sukarno, de charismatische leider van de antikoloniale beweging, die al sinds de jaren twintig het koloniale systeem openlijk had uitgedaagd en miljoenen Indonesiërs had geïnspireerd met zijn boodschap van nationale waardigheid en politieke onafhankelijkheid.
Of men hem nu bewondert of verafschuwt, Sukarno blijft een van de centrale figuren in de Indonesische geschiedenis. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de lange en vaak harde strijd tegen het Nederlandse kolonialisme. Gedurende een kwart eeuw van politieke confrontatie, repressie en mobilisatie groeide hij uit tot het gezicht van een beweging die de onafhankelijkheid van Indonesië niet langer als een droom, maar als een historische noodzaak beschouwde.
In de jaren twintig begon Sukarno zich te profileren als een van de meest radicale stemmen binnen het opkomende Indonesische nationalisme. Gedreven door de overtuiging dat koloniale overheersing onverenigbaar was met menselijke waardigheid en politieke zelfbeschikking, richtte hij in 1927 de Partai Nasional Indonesia op. Deze organisatie bracht voor het eerst grote groepen Indonesiërs samen rond een helder politiek doel: volledige onafhankelijkheid van Nederland.
Voor de Nederlandse koloniale autoriteiten werd Sukarno al snel een gevaarlijke agitator. Zijn toespraken trokken duizenden toehoorders en brachten een boodschap die het koloniale systeem frontaal aanviel. In 1929 werd hij gearresteerd. Tijdens zijn proces wist hij de rechtbank echter om te vormen tot een politiek podium. In een beroemde redevoering stelde hij het kolonialisme zelf ter discussie en beschuldigde hij het systeem van economische uitbuiting, politieke onderdrukking en raciale ongelijkheid.
Zijn welsprekendheid maakte diepe indruk, zowel in Indonesië als internationaal. Hoewel hij tot vier jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, leidde de internationale aandacht ertoe dat hij eerder werd vrijgelaten. Voor veel Indonesiërs werd Sukarno in deze periode het symbool van een bredere antikoloniale ontwaking.
Het koloniale bestuur bleef hem echter zien als een bedreiging voor zijn gezag. In de jaren dertig werd Sukarno opnieuw gearresteerd en zonder proces verbannen, eerst naar Endeh op Flores en later naar Bengkulu. Daar bracht hij bijna een decennium door in politieke isolatie. Toch wist de koloniale staat zijn invloed niet te breken: zijn ideeën bleven circuleren onder studenten, arbeiders en intellectuelen die droomden van een vrij Indonesië.
De situatie veranderde drastisch toen in 1942 het Japanse leger Nederlands-Indië bezette tijdens de World War II. De Japanners gebruikten nationalistische leiders zoals Sukarno om steun onder de bevolking te mobiliseren. Sukarno zelf zag in deze situatie een kans om de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging verder te organiseren. Het was een pragmatische en moreel complexe samenwerking: terwijl Japan een nieuwe bezetter was, creëerde de oorlog tegelijkertijd de voorwaarden voor het einde van het Europese koloniale rijk in Azië.
Na de Japanse capitulatie greep Sukarno het historische moment aan. Op 17 augustus 1945 riep hij samen met Mohammad Hatta de onafhankelijkheid van Indonesië uit. In zijn visie moest de nieuwe staat rusten op vijf fundamentele beginselen — later bekend als Pancasila — waarin nationalisme, internationale solidariteit, democratie, sociale rechtvaardigheid en geloof in God samenkwamen.
Nederland probeerde vervolgens zijn koloniale gezag te herstellen, wat leidde tot een vier jaar durende onafhankelijkheidsoorlog tussen Indonesische nationalisten en Nederlandse troepen. Terwijl guerrillastrijders op het platteland vochten, probeerde Sukarno internationaal steun te mobiliseren voor de Indonesische zaak. De strijd kreeg steeds meer internationale aandacht, vooral in het veranderende geopolitieke klimaat van de naoorlogse wereld.
Uiteindelijk werd Nederland in 1949 gedwongen de soevereiniteit over te dragen. Sukarno werd de eerste president van de nieuwe republiek en bleef dat tot 1967, toen het leger onder leiding van Suharto met een bloedige staatsgreep de macht overnam.

