Integriteit in de Statenzaal

Column: Een lastig woord in de Statenzaal

In de Statenzaal bleek één woord gevoeliger dan miljoenen euro’s subsidie: “integriteit.” Dat gebeurde onlangs tijdens een bespreking over Groningen Airport Eelde. Ruim twee jaar geleden besloten Provinciale Staten om 23 miljoen euro beschikbaar te stellen voor de luchthaven. Dat besluit kwam niet uit de lucht vallen. Het was gebaseerd op verwachtingen: groei van het aantal passagiers bewegingen, jaarlijks met tientallen procent, en uiteindelijk een bedrijfsvoering die het jaar 2025 kostendekkend zou afsluiten. Dit alles onderbouwd met rapporten van Berenschot en CEO economische onderzoek.

Dat waren de aannames waarop wij als Statenleden ons besluit baseerden.

Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder. De provincie heeft twee keer 2,3 miljoen euro overgemaakt. Maar de cijfers laten een ander beeld zien dan destijds werd voorgespiegeld. De passagiersaantallen blijven ver achter bij de prognoses en de luchthaven draait op fors verlies.

In zo’n situatie ligt er een voor de hand liggende vraag op tafel: kloppen de aannames waarop het oorspronkelijke besluit was gebaseerd nog wel?

Tijdens het debat stelde ik die vraag. Het antwoord dat terugkwam was vrij nuchter: we hebben nog zeven jaar om te groeien. Er komen vast nieuwe bestemmingen en er zijn veel kansen.

Dat kan natuurlijk. Luchtvaart is immers geen exacte wetenschap en economische ontwikkelingen laten zich niet altijd voorspellen. Maar tegelijk geldt ook iets anders: als volksvertegenwoordigers hebben wij de taak om te controleren of publiek geld wordt besteed op basis van realistische verwachtingen.

In dat verband gebruikte ik het woord integriteit. Niet over mensen, maar over besluitvorming. Over de vraag of wij bereid zijn eerlijk te kijken naar de feiten wanneer de werkelijkheid anders blijkt te lopen dan eerder werd voorspeld.

Dat woord bleek gevoeliger dan verwacht.

Dat is eigenlijk opmerkelijk. Want integriteit in het openbaar bestuur gaat niet alleen over persoonlijke betrouwbaarheid. Het gaat ook over de manier waarop besluiten tot stand komen, hoe aannames worden gepresenteerd en of bestuurders en volksvertegenwoordigers bereid zijn hun eigen keuzes kritisch te blijven volgen.

De Noordelijke Rekenkamer heeft in het verleden al gewaarschuwd dat prognoses rond de besluitvorming over GAE vaak optimistischer worden voorgesteld dan de uiteindelijke uitkomst. Juist daarom is het belangrijk dat volksvertegenwoordigers tussentijds blijven toetsen of de werkelijkheid nog aansluit bij de verwachtingen waarop een besluit is gebaseerd.

Dat is geen aanval. Dat is controle.

En controle is geen teken van wantrouwen, maar een kernonderdeel van democratie.

Misschien moeten we het woord integriteit daarom niet zien als een verwijt, maar als een uitnodiging: om eerlijk te blijven kijken naar de feiten, ook wanneer dat soms ongemakkelijk is.

Want uiteindelijk gaat het niet om een luchthaven of een debat in de Statenzaal.

Het gaat om de vraag hoe zorgvuldig wij omgaan met het geld van de inwoners van het Noorden.